07.24.07

On the road again…

Posted in Uncategorized at 20:49 by erik

Road, dat wil in dit geval zeggen, fietspad. Nou ja, mountain bike-pad. We hadden besloten op zondag 22 juli een fiets te huren en een fietstocht te gaan maken. En in een bergachtig park als dit wordt dat dus een bergfiets en een bergfietstocht.

De dag begon (net als gisteren overigens) met een bezoekje door de vos van dienst. Deze oranjerode heer (of dame) scharrelt elke ochtend rond alle tenten van het kampeerplekje waar we staan en probeert etensresten los te peuteren. Dat hoort natuurlijk niet, die beesten horen hun eigen eten in het wild te vinden; daarom moeten we ook steeds alle etenswaren in de (afgesloten) auto opslaan en niet in de tent. Bij ons was dus niets te halen, en gelukkig zagen we ook geen andere kampeerders de vos “voeren”.

Onze vos.Nogmaals onze vos.

Wel kwam een collega-kampeerder ons opzoeken om te vragen of we interesse hadden in de twee zakken brandhout die hij nog over had. Hij zou overdag vertrekken en had dus niets meer aan het hout, maar misschien wij wel nog. Wij wilden wel, en dus kregen we zijn twee zakken plus nog een zak dunne berkenbast als aanmaakmateriaal.

Er waren allerlei verschillende fietstochten uitgezet. Twee daarvan waren in onze sector van het park. Omdat we geen zin hadden om een uur lang naar een andere sector te rijden, gingen we naar de fietsenverhuur vlakbij onze kampeerplek. Dit natuurlijk pas nadat we ruim voldoende proviand bij elkaar hadden gezocht.

Toen we de fietsen kregen aangereikt bleek echter dat er geen bagagedrager of bidonhouder opzat: echte mountain bikes! Maar ja, als fietsvakantiegangers hadden we daar natuurlijk niet op gerekend. Dus terug naar de auto, ons eigen stuurtasje (dat we gelukkig bij ons hadden) gevuld met een mini-noodvoorraad en op pad. Op de kaart stonden twee hutjes langs het pad, dus dat zou wel goed komen.

Al bij vertrek bleek dat de twee routes die in ons deel van het park waren uitgezet, eigenlijk een route plus een uitbreiding daarop was, zo’n beetje als de wandelingen in de kleine parken in Ontario die we al gedaan hadden. We besloten maar te beginnen en te zien hoe het zou gaan. Dat bleek nog niet zo makkelijk te zijn: ten eerste was het allemaal veel steiler dan we gedacht hadden, en ten tweede bleken de fietsen in niet zo goede staat te verkeren. Bij Laura’s fiets weigerde de schakelinrichting namelijk soms dienst, en ik kon de twee lichtste versnellingen helemaal niet selecteren. Dat heeft dus heel wat zweet gekost, mede omdat de temperaturen nog steeds tropisch waren.

Na korte tijd (ongeveer tweeënhalve kilometer, maar wel steil omhoog; zo’n half uur) kwamen we bij het eerste hutje aan, dat we op de kaart hadden gezien. Groot was mijn teleurstelling toen bleek dat dit niet een berghut was waar je ruw bergbeklimmersvoedsel kon inslaan (daar had ik wel behoefte aan), maar een eenvoudige schuilhut waar je helemaal niets kon inslaan. Ik had inmiddels honger, en Laura eigenlijk ook behoorlijk, en het enige proviand dat we bij ons hadden was een appel elk en een bidon met water. We besloten verder te gaan en wel te zien waar het spreekwoordelijke schip zou stranden. Even later waren we bij de plek waar we moesten beslissen of we de korte of de uitgebreide tocht zouden doen, en we kozen de lange versie. We hadden tot dit punt bijna alleen maar gestegen, dus verder kon het nooit zo zwaar meer zijn.

De schuilhutOns lunchmeertje.

Nog een uurtje of zo later waren we opnieuw een heel eind hoger, maar we hadden ook een stukje gedaald. Dit was zo steil dat zelfs stapvoets rijdend onze remmen de fietsen nauwelijks onder controle konden houden. We waren toen ongeveer halverwege de tocht en bij een prachtig blauw meertje aangekomen. Hier hebben we onze appels verorberd, gezeten op een klein steigertje dat daarin lag. En Laura was zo galant mij een deel van haar appel af te staan, want ik had het meest gezeurd over de honger.

De tweede helft van de tocht bevatte ook nog wel wat stijgen, maar bestond voor het grootste deel uit dalen; gelukkig allemaal minder steil dan dat eerste stukje, dat was echt eng. We kwamen langs de tweede hut, die ook een schuilhut bleek te zijn. Uiteindelijk kwamen we beneden bij de verhuurder uit. Toen zijn we even gaan uitrusten zittend op het strandje daar voor de deur, dat was erg prettig. Eenmaal weer wat bijgekomen gingen we uitgebreid douchen en daarna uit eten. We hadden op zaterdag al gezien dat het dorpje vlak voor het park, Saint Donat, er erg gezellig uitzag en dat we er een keertje wilden eten, en dit was de laatste mogelijkheid: op dinsdag zouden we vertrekken.

Het was inderdaad erg leuk eten. We zaten bij een tentje aan de hoofdstraat waar uitstekend gekookt werd, de sfeer ietwat rumoerig maar misschien juist daardoor heel gezellig was, en de bediening was een uitgekiende, goed geoliede machine – een genot om naar te kijken. Ik had als hoofdgerecht een fajita met gebakken garnaaltjes, en dat werd opgediend in vijf onderdelen: een forse schaal met de garnalenvulling (met uien en paprika’s), een bakje met room, een bakje met tomatensalsa, een bakje met heerlijke guacamole en een mandje met drie (!) fajita’s. We hebben allebei gesmuld. Ik ging er een beetje aangeschoten weg, want als toetje had ik een thé spécial “Blueberry”, dat wil zeggen, met een paar flinke borrels sterke drank.

Bij de tent aangekomen moesten we nog het een en ander inpakken voor de reis morgen en wilden we nog een kampvuur maken. Toen we met die twee zaken bezig waren (Laura met het eerste, ik meer met het tweede) kwam er een auto van de parkdienst ons terrein oprijden. Hij moest duidelijk bij ons zijn. Het bleek dat we bij aankomst voor slechts vier nachten betaald hadden, terwijl we toch echt gevraagd hadden om tot dinsdag te kunnen blijven. Gelukkig deed hij er absoluut niet moeilijk over: ik kon gewoon alsnog voor de laatste nacht betalen. Daarvoor moest ik dan wel even mee naar het kantoortje. Onderweg bleek dat hij al een aantal keren geprobeerd had ons te pakken te krijgen, daar bij onze tent, maar het was steeds niet gelukt. Ik vertelde hem wat we allemaal gedaan hadden, en dat vond hij duidelijk wel leuk. Eenmaal bij het kantoortje aangekomen vertelde hij glunderend aan zijn collega: “Ils ont étés dans tous les trois secteurs!”, oftewel, ze zijn in alledrie de sectoren geweest.

Toen de auto al aardig ingepakt was hebben we nog even aan het kampvuur gezeten. Daarna naar bed.

Laura aan het kampvuur Sterren, bomen en een heel klein kampvuurtje

Versies in hogere kwaliteit van deze foto’s zijn te vinden in onze gallery.

1 Comment

  1. Wmijn said,

    July 27, 2007 at 6:07

    Zo, ik heb weer even bijgelezen.
    Fietstocht op een appeltje lijkt me een uitdaging! En niet eentje die ik jullie graag na doe. Klinkt wel als een zeer gave tocht, die je liever doet op een paar goede fietsen. Kano en wandeling in de vorige post klinken ook als een mooie beleving. Ik ga nog even de foto’s kijken!

    Erik, ik heb het wellicht gemist, maar heb je nog iets van MapleSoft gehoord? En nee, solliciteren is niet echt mijn favo bezigheid, maar het hoort erbij 😉
    Laura, als reactie op jouw reactie op mijn weblog, ik weet nog niet of R wil blijven hangen. Woensdag hebben we evaluatie, wie weet wat het brengt 😉 En of de indianen ook kabouters kennen, ik zou zeggen, jij zit dichter bij de bron om het te vragen dan ik 😀