08.05.08

Strand en Shakespeare

Posted in Uncategorized at 15:39 by erik

Mijn ouders hebben deze zomer een trektocht door Canada gemaakt, en op dinsdag 8 juli kwamen ze bij ons aan in Waterloo. Ze zouden bij ons een kleine week blijven en dan weer terug naar huis vliegen.

We haalden ze op bij het treinstation van Kitchener, onze Siamese tweelingstad. (Waterloo heeft geen station.) Daar viel het ons bij het wachten op de trein op, hoe weinig mensen er eigenlijk op het station waren, hooguit twintig. Kitchener en Waterloo hebben samen driehonderdduizend inwoners, maar het station is ‘s middags tussen twee en vier dicht omdat er dan toch geen treinen rijden.

Het was natuurlijk heerlijk mijn ouders (behoorlijk gebruind) weer te zien. Ze waren vorige herfst al een keer bij ons geweest.

Ik moest de dag daarop werken. Laura had mijn ouders meegenomen naar het strandje van Laurel Creek, het natuurgebied waar we de eerste paar keren dat we in Waterloo waren, gekampeerd hebben. Het was namelijk lekker weer en ze wilden wel zwemmen. Er zijn erg veel ganzen bij deze meertjes (Canada geese) en ze zijn daar niet zo heel welkom; althans, niet aan het strandje. De parkbeheerder kwam dus langs om met zijn jeep fors op de ganzen in te rijden. Daar schrokken ze wel een beetje van, maar veel hielp het niet.

Na mijn werk kwam ik ook langs. We hebben nog even samen gezwommen en een frisbee overgegooid, maar toen begon het koud te worden en zijn we vertrokken.

Donderdag had ik vrijgenomen. We zijn die dag naar Stratford gegaan, het stadje aan de Avon waar elke zomer een gigantisch Shakespeare-festival georganiseerd wordt: van april tot oktober drie tot tien voorstellingen per dag. Laura en ik waren er vorig jaar al eens geweest en we wilden mijn ouders er ook wel eens naartoe meenemen. Dus we hebben overdag het stadje een beetje verkend en ‘s avonds hebben we The Taming of the Shrew gezien. Het was een prachtig uitgevoerd stuk, de set was heel mooi en de acteurs natuurlijk ontzettend professioneel, maar het is een verhaal dat je in deze tijd toch wel als behoorlijk controversieel moet aanmerken. Het was in ieder geval interessant als historisch document.

Op vrijdag werkte ik weer en gingen Laura en mijn ouders weer naar het strandje bij Laurel Creek, omdat het weer knap warm was. Het was opnieuw het plan dat ik na het werk ook langs zou komen, ditmaal vergezeld door Austin. Daarom hebben Laura en mijn ouders een heerlijke maaltijd toebereid, bestaande uit een aantal koele salades die we daar met zijn vijven hebben opgegeten.

In het weekend wilden we in ieder geval een keer met mijn ouders gaan frisbeegolfen, zodat ze ons ook een keer aan het werk konden zien met de schijven die we voor Laura’s verjaardag gekregen hadden, en het natuurlijk zelf een keertje konden proberen! We nodigden Austin ook weer uit en besloten in gezamenlijk overleg dat het handig was om met zijn auto te gaan: daar konden het handigst vijf mensen in en bovendien zou Frans het vast interessant vinden om in zijn auto te zitten – een Cadillac uit 1988 met een half dak. Dat bleek een goed idee; met name het mechaniekje dat de bagageklep dichttrok vond hij geweldig.

We hadden besloten dit keer weer eens naar Guelph te gaan; daar is het terrein wat makkelijker begaanbaar dan in Cambridge. In eerste instantie regende het nogal en gingen we dus Guelph zelph in. (Ok, dat was wel een erg flauw grapje.) Daar hebben we even wat gedronken bij een cafeetje dat Laura en ik kenden omdat we er met Joost en Ria ook geweest waren. Toen wilden we ook maar even het Nederlandse winkeltje laten zien. Met name de eindeloze rijen met verschillende theemutsen vonden we allemaal erg komisch. Toen klaarde het op en gingen we naar het arboretum waar de course is uitgezet. Het spel ging goed en Frans bleek een erg goede putter.

Na afloop hebben we met veel smaak gegeten bij Sombat the Thai Guy, een Thais restaurant in Guelph. Daarna gingen we terug naar Waterloo, waar het Waterloo Jazz Festival intussen in volle gang was… vlak onder Austins balkon! We hadden dus een paar prachtige plaatsen. Het feest voor Frans was helemaal volmaakt toen hij, vanaf datzelfde balkon, op straat een bijna antieke telefoon-versterker-doos zag hangen aan een telefoonlijn. Austin had hem werkelijk de dag van zijn leven bezorgd: eerst die auto, toen de jazz en vervolgens de telefoon-versterker-doos.

Op zondag hebben we het een beetje rustig aan gedaan en zijn we naar de Doon Heritage Crossroads gegaan, een openluchtmuseumpje in Kitchener waar het leven in 1910 wordt uitgebeeld. Het was best aardig, maar niet geweldig. Na afloop hebben we ze naar het vliegveld gebracht en uitgezwaaid. Het was heel onwerkelijk om tegen ze te zeggen: “Tot over acht weken!” Dan kom ik namelijk naar Nederland voor de bruiloft van Annemieke en Rob.

1 Comment

  1. fransp said,

    August 18, 2008 at 2:41

    Voor diegenen, die ook eens per trein naar Laura en Erik willen:
    Vanaf het vliegveld in Toronto (Pearson International, waar vrijwel alle vluchten uit Nederland aankomen), gaat er zeer frequent een bus (Airport Express) naar een aantal hotels downtown. Laat je rijden tot Royal York. (De lobby en alles wat daarbij hoort is een bezoekje meer dan waard).Precies daartegenover is het Union Station. Daarvandaan gaat een paar maal per dag een trein naar Kitchener/Waterloo. ( De meest geschikte vertrekt 17.40 uit Toronto; die trein moet met veel vluchten uit Nederland te halen zijn).
    Die treinrit is een echte belevenis, en je maakt weer eens een heel ander stuk Canada mee.
    Frans P.