10.07.09

Japan 2: Tokyo

Posted in Uncategorized at 21:16 by erik

Op maandagavond kwam ik in Tokyo aan. Ik moest nog even overstappen op het centraal station, maar ik had een uitstekende uitleg gekregen hoe dat moest van Tetsu, dus dat ging prima. Het hotel was vlakbij het Akihabara station.

Dinsdagochtend werd ik door een Chinese medewerkster van Cybernet opgehaald bij het hotel. Het kantoor van Cybernet bleek op nog geen vijf minuten lopen te liggen. Daar aangekomen heb ik eerst een heleboel visitekaartjes uitgewisseld met allerlei mensen. Toen begon de training.

Het was een training aan de groep die MapleSim en Maple support doet bij Cybernet; zo’n zes of acht man. Ik weet helaas niet zo veel van MapleSim, maar over Maple kon ik ze genoeg leren. Ik had alleen in eerste instantie niet helemaal door dat de meesten nog maar erg kort met de programma’s gewerkt hadden en dus niet zo veel ervaring hadden. Daarom ging mijn verhaal van dinsdagochtend voor een deel aan ze voorbij, vrees ik. Maar de rest van de training was denk ik erg nuttig en ik heb er heel wat positieve reacties op gekregen.

Tussen de middag gingen we ergens uit lunchen in een restaurantje waar we geacht werden onze schoenen uit te doen; vervolgens was er een tafel die heel laag bij de grond leek te staan. Maar de vloer bleek onder de tafel verlaagd te zijn (nou ja, eigenlijk natuurlijk overal verhoogd behalve onder de tafel) en we konden daar onze benen kwijt. Ik heb een vis te eten besteld, en dat was erg lastig want het was geen filet: de graatjes eruit krijgen met stokjes was niet zo makkelijk. Maar ik heb toch een fatsoenlijk deel van de vis opgekregen. En het was -opnieuw- erg lekker.

‘s Avonds zijn we ook samen uit eten gegaan; dat was denk ik het lekkerste eten tot zo ver. We waren met zijn vieren. Mijn twee gastheren en gastvrouw hadden wat gerechten uitgekozen die een voor een werden opgediend en er was echt van alles. Ik herinner me varkenstong (denk ik; kan ook rundertong zijn geweest) met een sausje en Koreaanse kimchi van ingewanden. Verder bood Sachie, de dame van het gezelschap, aan mij donderdag op mijn vrije dag wat rond te leiden langs een van de toeristische attracties van de stad, die Tetsu ook al had aangeraden. Dat aanbod nam ik graag aan.

Op woensdag opnieuw ‘s morgens en ‘s middags training en tussen de middag uit lunchen. We aten bij een plek waar ze lekkere paling verkochten, een beetje zoetig. ‘s Avonds opnieuw uit eten, nu met zijn vijven en weer een opeenvolging van allerlei gevarieerde heerlijkheden, onder andere gefrituurd kippenkraakbeen (lekker knapperig), geroosterd kippenhart (ook lekker) en geroosterde kippenlever (niet lekker, want het smaakte naar lever).

Donderdagochtend heb ik eerst even wat rondgekeken bij de verschillende elektronikazaken waar de wijk Akihabara beroemd om is. Ik wilde een fototoesteltasje kopen voor ons nieuwe fototoestel, een zacht borsteltje en blaasbalgje om lenzen mee schoon te maken en een nieuwe mp3-speler voor Laura omdat haar oude het aan het begeven was. Verder ook een nieuwe rugzak die ik nu zou kunnen gebruiken voor de terugreis en thuis voor boodschappen en zo. In eerste instantie slaagde ik alleen voor de drie foto-accessoires, en toen was het de tijd dat ik met Sachie had afgesproken. We ontmoetten elkaar bij het hotel en pakten de trein (een klein stukje maar) naar de Sensō-ji tempel, een oude Boeddhistische tempel (opgericht in het jaar 628).

Dat was leuk. We hebben eerst een beetje water over onze handen laten lopen om ons te reinigen. Toen naar het wierookhokje waar je geacht werd wat wierookrook over het lichaamsdeel te wuiven waar je wat aan verbeterd wilde hebben. Ik kon eerst niets bedenken, maar toen dacht ik, ach, wat meer haar is nooit weg, dus ik heb wat over mijn haar heen gewuifd. Daarna gingen we bij de eigenlijke tempel naar binnen. Er was een grote bak waar je een muntje van vijf yen (ongeveer 4 eurocent) in moest gooien, want de Japanse woorden voor “vijf yen” betekenen iets met geluk of iets anders positiefs of zo. Toen keken we even naar het echte heiligdom, waar monniken met iets onduidelijks bezig waren.

Tot slot hebben we nog even mijn toekomst bekeken. Dat begon ermee dat we een muntje ergens indeden. Er was een soort koker die aan alle kanten afgesloten was op één klein gaatje na; in de koker zaten allerlei verschillende stokjes, allemaal van chopstick-formaat. Daar schudde ik er willekeurig eentje uit. Er stond een getal op (in het Japans), dat correspondeerde met het nummer van een laatje. We staken het stokje weer terug in de koker en haalden een blaadje papier uit het laatje. Op het papier stond mijn toekomstvoorspelling: helaas allemaal ongeluk. Bij een ongelukkige voorspelling is het de bedoeling dat je dan het papiertje heel smal opvouwt en om een stang van een bepaald rekje vouwt. Dan ontfermt Boeddha zich over de voorspelde gebeurtenissen en kun je ze nog voorkomen.

Daarna hebben we nog even de andere tempelgebouwen bekeken. Aan een van de muren hing bijvoorbeeld een enorme sandaal en het was ook ergens goed voor die aan te raken, dus dat heb ik ook maar even gedaan. Verder was er een interessante straat met allerlei kleine kraampjes en winkeltjes, de Nakamise-dōri. (Dat ‘ie zo heet heb ik ook maar even op Wikipedia opgezocht.) Ik heb er onder andere een paar mooie chopsticks gekocht, en ik kreeg van Sachie een zakje met Japanse “gebakjes”, dat wil zeggen, een soort deegdingetjes met een zoet bonenmengsel erin. Dit om mee te nemen naar Canada.


Daarna gingen we een stukje meer naar het centrum van Tokyo om te lunchen, en toen nam ik weer afscheid van Sachie. Ik had besloten om van daar naar het hotel te lopen en wat bezienswaardigheden op de route mee te pakken, maar vooral gewoon wat rond te lopen en de atmosfeer op te nemen. Van mijn collega John had ik een gidsje over Tokyo meegekregen, inclusief kaart, dus ik wist waar ik liep. (In Tokyo zijn de straatnaambordjes ook met Romeinse karakters geschreven, naast Japanse karakters natuurlijk.)


De belangrijkste bezienswaardigheid was het keizerlijk paleis met de omliggende tuinen. Het bleek wel dat je het paleis zelf niet dichter dan van een meter of 300 kunt zien, maar van die afstand was het ook best leuk. Ik zag ook nog een zeppelin vliegen.


De tuinen zelf waren wel opengesteld voor het publiek. Ik kon onder andere een paar prachtige spinnenwebben op de foto zetten.


Toen ik weer terugkwam in de wijk Akihabara waar het hotel ook staat, werd ik daar verwelkomd door een groot aantal Akihabara maids. Dit is, naast de elektronikazaken, iets waar Akihabara om bekend staat: meisjes in een dienstertjesuniform die je uitnodigen naar een café te komen waar je door haar collega’s bediend wordt. Er schijnen niet daadwerkelijk seksuele diensten verkocht te worden, maar ik was natuurlijk toch te schijterig om er bij eentje binnen te lopen. Ik durfde nog net een foto te nemen. Wel kon ik een mp3-speler voor Laura vinden.

De volgende ochtend heb ik verder inkopen gedaan: een rugzak en ook een keramisch mes (nummertje FK-075 WH-BU van deze pagina). Dit nadat ik had uitgezocht hoe ik het beste naar het vliegveld kon komen: zelf een treinkaartje kopen (eerste keer!) naar het Ueno station en daar een kaartje voor de Skyliner trein naar Narita Airport kopen. Die eerste stap was nog niet zo makkelijk: ik heb in de vorige post al uitgelegd dat je eerst moest uitvinden hoeveel je kaartje kost voordat je het kunt kopen, en de kaarten met de stations waar je dat van geacht werd af te leiden zijn alleen met Japanse karakters bedrukt. Ik moest dus van Akihabara (omcirkeld bij wijze van “you are here”) naar Ueno. Ik wist dat het twee stations naar het noorden was, maar het was niet helemaal duidelijk waar het noorden op de kaart lag. Ik zag echter dat er een ander station was dat ook met Ue- begon, en dat begon met hetzelfde karakter als een van de kandidaat-stations op de plattegrond. En dat bleek correct te zijn! (Het Japans kan elk woord in drie verschillende “alfabetten” weergeven: een karakterschrift met dus een karakter per woord, Kanji, en twee lettergreepschriften met een karakter per lettergreep, Hiragana en Katakana. Dit was dus ofwel Hiragana ofwel Katakana.)

Bij Ueno aangekomen was het nog niet zo makkelijk om de balie voor de Skyliner-kaartjes te vinden, maar toen ik die eenmaal had gevonden was het makkelijk, want de mevrouw achter die balie sprak enigszins Engels. Toen had ik nog een klein uurtje over; ik heb mijn bagage even in een locker achtergelaten en ben daar ook nog even door het park gelopen. Dat was onverwacht leuk: er bleek ook nog een tempel te zijn en het was heel levendig. Als ik nog meer tijd had gehad was ik misschien nog naar de dierentuin gegaan die daar ook was, maar daar had ik geen tijd voor. Nog net even gelegenheid om een typisch Japans frisdrankautomatenstraatje op de foto te zetten (die zijn echt overal) en toen de trein en vervolgens het vliegtuig in. Op de terugvlucht gebeurde verder niets bijzonders.

Comments are closed.